Een belastingplichtige die in 2007 naar Spanje is geëmigreerd, kwam in conflict met de Nederlandse Belastingdienst over zijn fiscale woonplaats. Na een veroordeling moest hij in 2015-2016 een gevangenisstraf van tien maanden uitzitten in Nederland. Hoewel hij zich hiervoor tijdelijk inschreef in Nederland, stelt hij dat dit geen fiscaal inwonerschap betekende. De Belastingdienst zag dit anders vanwege zijn persoonlijke en zakelijke banden met Nederland. De rechtbank moest beoordelen of de belastingplichtige in de jaren 2015-2017 als Nederlands belastingplichtige kon worden aangemerkt.
Standpunt van de belastingplichtige
De belastingplichtige stelde dat hij geen duurzame band van persoonlijke aard had met Nederland. Hij woonde achtereenvolgens in Spanje en Portugal, waar hij over een woning beschikte. De inschrijving in Nederland was alleen bedoeld voor zijn tijdelijke detentie en het verkrijgen van weekendverlof. Direct na zijn detentie is hij teruggekeerd naar het buitenland. Hij had weliswaar zakelijke belangen in Nederland, maar bemoeide zich niet actief met het beleid van deze ondernemingen.
Standpunt van de inspecteur
De inspecteur baseerde zijn standpunt op een uitgebreide reeks feiten en omstandigheden. De inspecteur concludeerde dat de belastingplichtige in ieder geval vanaf zijn inschrijving in de BRP op 30 januari 2015 tot zijn verhuizing naar Portugal op 15 september 2016 in Nederland heeft gewoond.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet heeft bewezen dat de belastingplichtige in Nederland woonde. De rechtbank acht aannemelijk dat de inschrijving in Nederland uitsluitend was bedoeld voor de detentieperiode. Dit blijkt uit een brief van de advocaat van de belastingplichtige aan Justitie, waarin staat dat inschrijving in de BRP vereist was voor het vrijwillig uitzitten van de detentie. Ook het feit dat de belastingplichtige en zijn partner geen woning kochten, maar slechts tijdelijk een gemeubileerde woning huurden, ondersteunt dit. De rechtbank ziet in de pinbetalingen geen aanwijzing voor regelmatig verblijf in Nederland vóór de detentie. De banden met een tandarts en een apotheek verklaart de rechtbank vanuit het tijdelijke verblijf voor detentie. Ook de zakelijke banden via bv's en stichtingen zijn onvoldoende voor een fiscale woonplaats in Nederland, omdat niet is aangetoond dat de belastingplichtige zich actief met het beleid bemoeide. Zelfs de combinatie van familie in Nederland, vluchten via Schiphol en een oldtimer vormt volgens de rechtbank onvoldoende bewijs voor fiscaal inwonerschap.
Conclusie
Deze zaak laat zien hoe belangrijk het is om bij emigratie en tijdelijk verblijf in Nederland goed te documenteren wat de bedoeling is van het verblijf. Een tijdelijke inschrijving in Nederland hoeft niet direct te betekenen dat iemand ook fiscaal inwoner wordt.