Aftrekverbod lage arbeidsvergoeding meewerkende partner

De Wet IB 2001 kent een aftrekverbod voor arbeidsbeloningen die een ondernemer betaalt aan zijn partner. Het aftrekverbod geldt alleen indien de vergoeding lager is dan € 5.000. Als geen vergoeding...

Aftrekverbod lage arbeidsvergoeding meewerkende partner

De Wet IB 2001 kent een aftrekverbod voor arbeidsbeloningen die een ondernemer betaalt aan zijn partner. Het aftrekverbod geldt alleen indien de vergoeding lager is dan € 5.000. Als geen vergoeding wordt betaald voor de arbeid van de partner of wanneer de vergoeding lager is dan € 5.000 kan de ondernemer gebruik maken van de meewerkaftrek, op voorwaarde dat de partner op jaarbasis ten minste 525 uur meewerkt in de onderneming. Voor anderen dan de partner van de ondernemer geldt geen aftrekbeperking, ongeacht de hoogte van de arbeidsvergoeding.

Bij de Hoge Raad is een procedure aanhangig over een door een ondernemer aan zijn partner betaalde vergoeding voor arbeid van € 1.500. Volgens Hof Den Haag valt deze vergoeding onder het wettelijke aftrekverbod. De vraag in de procedure bij de Hoge Raad is of sprake is van discriminatie.  

De Advocaat-Generaal (A-G) heeft een conclusie aan deze procedure gewijd. Hij stelt vast dat de weigering van de aftrek leidt tot een belastingnadeel voor de ondernemer en een belastingvoordeel voor de partner omdat de arbeidsvergoeding is vrijgesteld. De regeling kan als evenwichtig worden aangemerkt wanneer het nadeel voor de ene partner in de regel grotendeels wordt ondervangen door het voordeel voor de andere partner. Wanneer de ondernemer een hoger marginaal belastingtarief heeft dan zijn partner is per saldo sprake van een nadeel. In de jaren waarop de procedure betrekking heeft was het maximale tarief 52%. Het nadeel kon daarmee oplopen tot € 2.600 bij een vergoeding van net geen € 5.000. Bij andere relaties dan partnerrelaties doet zich dit nadeel niet voor. Volgens de A-G bestaat voor deze ongelijke behandeling geen objectieve en redelijke rechtvaardiging.

De vrijstelling voor de vergoeding bij de meewerkende partner neemt wel een deel van het bezwaar weg, maar het resterende mogelijke progressienadeel kan volgens de A-G niet als onbeduidend worden afgedaan. Anders dan voor ongelijke behandelingen op sociaaleconomisch gebied, waar de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft, gaat het hier om een ongelijke behandeling naar gelang van de huwelijkse status op basis van doelmatigheidsargumenten. Hier geldt volgens de A-G een beperkte beoordelingsvrijheid.

De conclusie van de A-G is, dat het aftrekverbod een ontoelaatbare ongelijke behandeling van (in dit geval) gehuwde belastingplichtigen met zich meebrengt. De Hoge Raad kan het benodigde rechtsherstel zelf bieden omdat er geen rechtspolitieke keuzes hoeven te worden gemaakt. Rechtsherstel kan worden verleend door het fiscale nadeel dat de partners per saldo ondervinden als gevolg van de aftrekuitsluiting weg te nemen op de aanslag IB/PVV van de ondernemer.

Bron: Hoge Raad | Conclusie AG | ECLINLPHR2020621, 20/00058 | 18-06-2020

 

Wil je meer weten? Plan een afspraak!

Gewoon geen gebrek meer aan service of gedoe, maar vanuit teamverband samen alle vraagstukken op orde krijgen en daarbij ook altijd voldoen aan wet- en regelgeving, door de zekerheid van onze AFM-licentie. Dit is bij Elysee ook richting geven aan jouw succes.

Work hard play hard!

Kom ook leuker werken bij Elysee!

Wij verrassen onze medewerkers structureel met ‘Champs Elysee’: een energiek jaarprogramma waarin we unieke experiences met elkaar delen en op structurele wijze beleving toevoegen aan onze dagelijkse werkomgeving.

Luister onze podcast met Michael Pilarczyk over 15 jaar Elysee

Kom alles te weten over onze bijzondere werkcultuur, ons team, de unieke aanpak en bekende klanten waarvoor we mogen werken.